Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002

Alinea 33 Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE0165.

Uit de ontstaansgeschiedenis van de betreffende bepaling komt naar voren dat de wetgever artikel 3, vierde (voorheen: derde) lid, van de Abw heeft ingevoerd om in een viertal situaties, waarin overduidelijk sprake is van een gezamenlijke huishouding, zonder nadere bewijsvoering - en zonder de mogelijkheid van tegenbewijs - er vanuit te kunnen gaan dat betrokkenen een gezamenlijke huishouding voeren. Het feitelijk bestaan van minstens een van deze situaties plus het feitelijk hebben van hoofdverblijf in dezelfde woning brengen mee dat de betrokken personen voor de toepassing van de Abw en de daarop berustende bepalingen materieelrechtelijk gezien als deel uitmakend van een gezin in de zin van artikel 4 onder c ten eerste of ten tweede, van die wet worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5b7258c6d1bfb1f302205507b80b995873ba2c1b36fd8a883b5b37c98cfac67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5b7258c6d1bfb1f302205507b80b995873ba2c1b36fd8a883b5b37c98cfac67, en de alinea staat in dat document op bytes 15047 tot 15834.