Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002

Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE0811.

3.1. Bij het nader besluit van 20 augustus 1999 heeft gedaagde de bezwaren van appellant ongegrond verklaard. Appellant heeft zich, kort samengevat, op het standpunt gesteld dat het USZO, en daarmee gedaagde, bij de ten uitvoerlegging van een executoriaal beslag als hier aan de orde een zelfstandige verantwoordelijkheid toekomt en dat in elk geval moet worden bezien of het beslag aan alle formele eisen voldoet. In het onderhavige geval was ten tijde van de beslaglegging geen executoriale titel aanwezig (waardoor appellant voor restitutie in aanmerking hoort te komen), terwijl voorts sprake is van onjuiste vaststelling van de beslagvrije voet. Daarnaast heeft appellant aangevoerd dat de tenaamstelling van het derdenbeslag onjuist is en daarmee het beslag nietig, nu beslag is gelegd onder de niet bestaande "publiekrechtelijke organisatie ABP- USZO".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 14627 tot 15499.