Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002
Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE0811.
toelichting bij artikel 476b Rv, waarin is vermeld dat de geëxecuteerde tegen de verklaring zoals hier afgegeven door het USZO geen bijzonder rechtsmiddel toekomt, maar dat hij daartegen kan opkomen langs de weg van artikel 438 Rv. De Raad stelt vast dat appellant zijn grief met betrekking tot het ontbreken van een executoriale titel in de civiele procedure naar voren heeft gebracht en dat de burgerlijke rechter daarover tot in hoogste instantie heeft geoordeeld. Ook over appellants verzoek om restitutie van hetgeen na schorsing van het beslag in de periode tot mei 1998 aan de vrouw is uitbetaald, waarover het primaire besluit van 28 juli 1998 handelt, heeft de burgerlijke rechter geoordeeld. De andere hiervoor genoemde grieven heeft appellant naar uit de betrokken vonnissen en arresten kan worden afgeleid in de civiele procedure niet ingebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 17685 tot 18558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9 | shasum -a 256