Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002

Alinea 31 Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE0811.

3.5. Gedaagde heeft zich gelet op het vorenstaande terecht op het standpunt gesteld dat hij gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en dat het niet op zijn weg ligt de geldigheid van dit door de deurwaarder gelegde beslag te beoordelen. Dit is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. Het is evenmin aan de bestuursrechter die geldigheid te beoordelen. Hij dient daarom bij de beoordeling van een betalingsbeslissing als hier aan de orde (de geldigheid van) het gelegde beslag als een gegeven te beschouwen. Zijn toetsing kan derhalve niet verder strekken dan het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van de betalingsbeslissing gebleven is binnen het kader van het beslag. Niet in geschil is, dat dit hier het geval is. Voorts is terecht vermeld dat appellant zich met betrekking tot de hoogte van zijn beslagvrije voet kan verstaan met de deurwaarder. Desgevraagd heeft appellants gemachtigde meegedeeld dat geen procedure als bedoeld in artikel 438 Rv is gestart met betrekking tot de hoogte van de beslagvrije voet en dat appellant om hem moverende redenen aan de deurwaarder ook geen mededeling heeft gedaan omtrent de hoogte van zijn overige inkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5cfde3e727e1a0dfd5e04b3fab16af07627c1a04cd199a4f4e9436ab4cea3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18596 tot 19802.