Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 maart 2002

Alinea 16 Centrale Raad van Beroep 14 maart 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE1343.

3. Blijkens het beroepschrift resteert in hoger beroep als enig geschilpunt dat gedaagde bij de uitbetaling van de vakantiedagen in 1996 bij de inhouding van loonheffing geen toepassing heeft gegeven aan de regelgeving zoals die gold in augustus 1994, maar (overhevelingstoeslag heeft berekend en) loonheffing heeft ingehouden naar het in 1996 geldende bijzonder tarief van 50%. Appellant wijst op artikel 27 van de Wet op de loonbelasting (tekst zoals geldend in 1996), waarin is bepaald dat de inhoudingsplichtige de belasting dient in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten en voert aan dat volgens het (toenmalige) vijfde lid van dat artikel als tijdstip waarop het loon wordt genoten, mede wordt begrepen het tijdstip waarop het loon rentedragend is geworden. Naar de Raad uit het beroepschrift begrijpt meent appellant dat inhouding van loonheffing had dienen plaats te vinden naar het in 1994 voor hem geldende tarief van 38%, omdat de niet-uitbetaalde vakantiedagen in 1996 zijn uitbetaald met rente vanaf september 1994.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a52bc1772a16285e59c06c8c4a834bef4ef70f9db0027b7b99b022c449bc0cb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a52bc1772a16285e59c06c8c4a834bef4ef70f9db0027b7b99b022c449bc0cb0, en de alinea staat in dat document op bytes 6177 tot 7236.