Citaat | Centrale Raad van Beroep 17 april 2002
Alinea 25 Centrale Raad van Beroep 17 april 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 17 april 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE3422.
De Raad stelt allereerst vast dat appellant het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft betaald en derhalve op grond van artikel 6:11 van de Awb slechts in zijn hoger beroep kan worden ontvangen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Mede gelet op het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op toegang tot de rechter is de Raad van oordeel dat in gevallen - als het onderhavige - waarin de betrokkene zich binnen de gestelde termijn voor betaling van het griffierecht beroept op betalingsonmacht, betrokkene enig uitstel voor de verplichting tot betaling dient te worden verleend, aangezien anders voor de betrokkene onder omstandigheden mogelijk sprake kan zijn van een rechtens niet aanvaardbare beperking van het recht op toegang tot de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bf2eaf742f29b60baa02c8b232034b89d7b30d8e12d9baaabefeaa361b80262. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bf2eaf742f29b60baa02c8b232034b89d7b30d8e12d9baaabefeaa361b80262, en de alinea staat in dat document op bytes 9566 tot 10481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bf2eaf742f29b60baa02c8b232034b89d7b30d8e12d9baaabefeaa361b80262 | shasum -a 256