Citaat | Centrale Raad van Beroep 16 april 2002
Alinea 45 Centrale Raad van Beroep 16 april 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 16 april 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE3457.
In de Nota van toelichting op het SB wordt over het uitgangspunt dat bij de vaststelling van de resterende verdiencapaciteit de omvang van de maatmanarbeid bepalend is, opgemerkt dat als hoofdregel geldt dat de resterende verdiencapaciteit wordt gebaseerd op hetgeen betrokkene nog kan verdienen in het aantal uren waarin de maatman werkzaam was. Er wordt van de verzekerden niet gevergd dat zij na arbeidsongeschikt te zijn geworden het aantal arbeidsuren uitbreiden om op die wijze het verlies aan verdiencapaciteit te compenseren. Gewezen wordt op de rechtspraak van de Raad met betrekking tot deeltijdwerkers. Opgemerkt wordt dat met het stelsel van de uurloonschatting een eventueel verschil in omvang van de geduide functies enerzijds en de maatmanfunctie anderzijds wordt geëlimineerd. Wat de urenomvang betreft wordt dus van een zekere bandbreedte uitgegaan. Betoogd wordt dat dit het realiteitsgehalte van de schatting verhoogt, dit in verband met het in artikel 4 van het SB neergelegde vereiste van tenminste 3 functies met in totaal 30 arbeidsplaatsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f218ae234ea5f8f34c38fc997db9cede017de3a4f8216230222e577a5229934d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f218ae234ea5f8f34c38fc997db9cede017de3a4f8216230222e577a5229934d, en de alinea staat in dat document op bytes 20330 tot 21409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f218ae234ea5f8f34c38fc997db9cede017de3a4f8216230222e577a5229934d | shasum -a 256