Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 mei 2002

Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 2 mei 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 mei 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE4022.

4.3. Uitgaande van die benadering zal de rechter, in de lijn van 's Raads uitspraak van 17 januari 2001, JB 2001/75, gezien de bewoordingen van artikel 4:6, eerste en tweede lid, van de Awb, eerst hebben te beoordelen of de aanvrager heeft voldaan aan zijn in het eerste lid van artikel 4:6 van de Awb vermelde gehoudenheid nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Indien zulks niet het geval is, dient vervolgens door de rechter de vraag te worden beantwoord of het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot het besluit om de desbetreffende aanvraag slechts onder verwijzing naar het eerdere besluit af te wijzen heeft kunnen komen dan wel dusdoende anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7908e00eabd72e5a2dd3022932225bfa174d1f4592596c4f04b4271484739a38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7908e00eabd72e5a2dd3022932225bfa174d1f4592596c4f04b4271484739a38, en de alinea staat in dat document op bytes 11346 tot 12147.