Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2002

Alinea 20 Centrale Raad van Beroep 3 april 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE4455.

Met betrekking tot de vraag of gedaagde de bij het bestreden besluit bedoelde termijnoverschrijding terecht met toepassing van artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar heeft geacht overweegt de Raad dat hij hiervoor geen plaats ziet om de in het bestreden besluit aangegeven reden. In de eerste plaats blijkt uit de brief van 21 januari 1998 niet voor hoe lang appellant in het buitenland zou verblijven. Voorts vormt verblijf in het buitenland op zich in het algemeen geen belemmering voor een bestuursorgaan om op een aanvraag van een betrokkene een besluit te nemen en dit bekend te maken. Het ligt immers op de weg van de betrokkene om in een dergelijk geval zodanige voorzorgsmaatregelen te nemen dat gewaarborgd is dat bijvoorbeeld naar aanleiding van een hem toegezonden besluit tijdig door of namens hem bezwaar - op al dan niet nader aan te geven gronden - kan worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326, en de alinea staat in dat document op bytes 8819 tot 9714.