Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2002
Alinea 21 Centrale Raad van Beroep 3 april 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE4455.
Ter zitting is van de zijde van gedaagde evenwel nog gesteld dat de in het bestreden besluit genoemde reden niet de enige grond voor gedaagde was om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Van die zijde is er namelijk op gewezen dat appellant in zijn op 30 januari 1998 gedateerde aanvraag vrijwillige AOW/Anw-verzekering een gemachtigde had aangewezen om zijn belangen te behartigen en dat het primaire besluit niet (tevens) aan die gemachtigde is toegezonden. Bij het daarop betrekking hebbende onderdeel van de aanvraag is aangegeven dat in geval van een machtiging alle correspondentie naar de gemachtigde wordt gezonden, hetgeen in beginsel ook voortvloeit uit het in artikel 2:1 van de Awb vastgelegde recht van een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Ter zitting verklaarde appellant evenwel dat de in zijn aanvraag vermelde gemachtigde zijn vriendin is die hem vergezelde op zijn reis rond de Zwarte Zee, zodat ook toezending van het primaire besluit aan zijn vriendin in dit geval niet zou hebben gewerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326, en de alinea staat in dat document op bytes 9734 tot 10864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326 | shasum -a 256