Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2002
Alinea 22 Centrale Raad van Beroep 3 april 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE4455.
Gelet op deze verklaring van appellant is de Raad van oordeel dat in dit geval ook het verzuim van gedaagde ten aanzien van de verzending van het primaire besluit niet reeds tot de conclusie dient te leiden dat de in geding zijnde termijnoverschrijding verschoonbaar dient te worden geacht. In de gegeven omstandigheden acht de Raad het immers zonder meer aannemelijk dat toezending van het primaire besluit mede of uitsluitend aan de in de aanvraag aangewezen gemachtigde, die overigens niet zelf op enig moment (alsnog) bezwaar heeft gemaakt namens appellant en van wie ook overigens niet is gebleken - noch door eigen handelen noch door de handelwijze van appellant zelf - dat zij in enige fase van de procedure met betrekking tot de aanvraag van appellant ook daadwerkelijk als zijn gemachtigde heeft gefungeerd, voor het tijdig maken van bezwaar niet tot een ander resultaat zou hebben geleid. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat evenmin is gebleken dat de gemachtigde zodanige voorzorgsmaatregelen heeft getroffen dat gewaarborgd was dat tijdig bezwaar kon worden gemaakt, hetgeen voor risico van de appellant komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326, en de alinea staat in dat document op bytes 10884 tot 12022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51bc8dc21de567638d90238d2d6cfa836a6e391c13fe4fc84da0adbf980e3326 | shasum -a 256