Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 mei 2002

Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 29 mei 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 mei 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE4591.

Ten aanzien van het beroep van appellant op de Overeenkomst stelt de Raad, onder verwijzing naar zijn hiervoor genoemde uitspraak van 25 februari 1998, welke is bevestigd door de Hoge Raad bij arrest van 17 februari 1999 (USZ 99/108), vast dat de Overeenkomst niet voorziet in toekenning van (gedeeltelijke) overgangsvoordelen, ontleend aan tijdvakken gedurende welke de belanghebbende vóór 1 januari 1957 in Nederland heeft gewoond of in Nederland arbeid heeft verricht. Evenmin bevat de Overeenkomst bepalingen op grond waarvan appellant geacht kan worden te voldoen aan de in het nationale recht gelegen voorwaarden voor toekenning van overgangsvoordelen. In die uitspraak heeft de Raad verder reeds overwogen dat artikel 4, eerste volzin, van de Overeenkomst blijkens zijn duidelijke bewoordingen en de toelichtende nota bij de aanbieding van de Overeenkomst ter goedkeuring aan de Staten-Generaal inhoudt dat, indien eenmaal is voldaan aan de in de nationale wetgeving gelegen voorwaarden voor een aanspraak op uitkering, deze ook op het grondgebied van de andere partij kan worden genoten. Verder is overwogen dat artikel 23, derde lid, van de Overeenkomst een overgangsbepaling is welke een regeling bevat voor het in aanmerking nemen van tijdvakken, gelegen voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst, bij het vaststellen van aanspraken met toepassing van de Overeenkomst. Deze bepaling ziet derhalve uitsluitend op situaties waarin de vaststelling van de aanspraak op een uitkering geschiedt overeenkomstig bepalingen van de Overeenkomst. Een zodanige situatie is hier niet aan de orde, nu de Overeenkomst geen bepalingen kent omtrent de vaststelling van het ouderdomspensioen. Verder voorziet dit artikellid uitsluitend in het in aanmerking nemen van verzekerde (of daarmee gelijkgestelde) tijdvakken en tijdvakken van wonen ingevolge de wetgeving van Nederland of Zwitserland. Dit betekent dat sprake moet zijn van een als zodanig aangemerkt tijdvak bepalend voor de aanspraak op uitkering ingevolge die nationale wetgeving. Daarvan is in dit geval geen sprake nu ingevolge de AOW vóór 1 januari 1957 geen verzekerde tijdvakken kunnen bestaan en aan de voorwaarden van de artikelen 55 en 56 van de AOW, op grond waarvan jaren vóór 1957 als verzekerd aangemerkt kunnen worden, niet wordt voldaan door appellant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59228adc6ff108fa70a51c2c85ab6502173c4ee358e88b19c6b2f7b69d388b69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59228adc6ff108fa70a51c2c85ab6502173c4ee358e88b19c6b2f7b69d388b69, en de alinea staat in dat document op bytes 13366 tot 15708.