Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002
Alinea 19 Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE5579.
3. Allereerst wordt overwogen dat de Raad geen aanleiding ziet het verzoek van appellant om de behandeling van het geding aan te houden in verband met het horen van een getuige, die verhinderd was ter zitting te verschijnen, te honoreren. Met betrekking tot de door appellant bij de (op 12 februari 2002 verzonden) uitnodiging aan de getuige aangegeven ervaringen en werkomstandigheden in de periode van 1981 tot mei 1984, die bij dat horen aan de orde zouden moeten komen, is thans op grond van de voorhanden zijnde gedingstukken en het verhandelde ter zitting naar het oordeel van de Raad reeds voldoende bekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/848a84cf941fd6f1730350da3b9206a08f89e56bdfdd86fb9285bbb45cf9cb43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 848a84cf941fd6f1730350da3b9206a08f89e56bdfdd86fb9285bbb45cf9cb43, en de alinea staat in dat document op bytes 7779 tot 8406.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/848a84cf941fd6f1730350da3b9206a08f89e56bdfdd86fb9285bbb45cf9cb43 | shasum -a 256