Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 maart 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE5579.

4.3. De Raad kan appellant in zoverre volgen, dat er tijdens zijn dienstverband bij gedaagde een aantal gebeurtenissen in genoemde periodes zijn aan te wijzen waardoor appellant problemen heeft ondervonden. Deze gebeurtenissen zijn ook niet alle aan te merken als gebruikelijke ongemakken in een ambtelijke organisatie of als gewone reorganisatieperikelen. De Raad acht bijvoorbeeld de wijze waarop door de leidinggevenden van appellant is gereageerd op het opzeggen van de samenwerking door zijn medewerkers in februari 1983 van weinig steun voor appellant getuigen, hetgeen bezien vanuit de geldende verhoudingen in eerste instantie wel voor de hand zou hebben gelegen. Verder verdient de wijze waarop appellant op 9 oktober 1996 is geconfronteerd met een wijziging in zijn takenpakket en de organisatorische setting waarin die zouden moeten worden verricht, gezien het bij gedaagde bekende standpunt van appellant daaromtrent, naar het oordeel van de Raad evenmin een schoonheidsprijs. Bij deze en andere gebeurtenissen dient echter in aanmerking te worden genomen dat appellant in het ontstaan van de problemen ook zelf een niet onaanzienlijk aandeel heeft geleverd door zich veelal onwrikbaar op te stellen en zaken met name vanuit zijn eigen positie te bezien, met te weinig oog voor de ambtelijke en bestuurlijke verhoudingen en voor het belang van de organisatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/848a84cf941fd6f1730350da3b9206a08f89e56bdfdd86fb9285bbb45cf9cb43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 848a84cf941fd6f1730350da3b9206a08f89e56bdfdd86fb9285bbb45cf9cb43, en de alinea staat in dat document op bytes 9726 tot 11110.