Citaat | Centrale Raad van Beroep 25 juni 2002

Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 25 juni 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 25 juni 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6057.

Voor het overige verwijzend naar de motivering van deze uitspraken stelt de Raad vervolgens vast dat de door de gemachtigde van appellante opgeworpen grief dat artikel 3, derde (thans: vierde) lid, van de Abw in strijd is met artikel 6, eerste lid, van het EVRM weliswaar faalt, maar dat in haar geval toch geen sprake kan zijn van toepassing van artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en c, van de Abw. Vast staat immers dat de door gedaagde aangegrepen situatie waarin appellante en [naam] eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt, buiten de periode van twee jaar gelegen is. Gezien de in hoger beroep door de gemachtigde van appellante overgelegde gegevens stelt de Raad tevens vast dat daarmee genoegzaam is aangetoond dat van een geldend samenlevingscontract vereist voor de toepassing van artikel 3, derde lid, aanhef en onder c, (oud) van de Abw, tussen appellante en [naam] nooit sprake is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c367a2bc8581a3a108669fff6b4e6f98c73343b0f9c9996cb03147ca169f7566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c367a2bc8581a3a108669fff6b4e6f98c73343b0f9c9996cb03147ca169f7566, en de alinea staat in dat document op bytes 10786 tot 11732.