Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002
Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6792.
Tegen de beslissing van 2 maart 1998 heeft appellant bij schrijven van 9 maart 1998 bezwaar gemaakt. In die brief heeft hij onder meer in twijfel getrokken of werkelijk beslag is gelegd en de vraag gesteld waarom de nabetaling pas na de beweerde beslaglegging is gedaan en op welke wijze bij de beslaglegging rekening is gehouden met zijn persoonlijke situatie en woonlasten. Door het Uwv is bij het bestreden besluit (onder meer) besloten om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, primair omdat het schrijven van appellant van 9 maart 1998 geen bezwaarschrift zou zijn, nu daarin alleen maar vragen zijn gesteld, en subsidiair omdat de brief van 2 maart 1998 slechts een mededeling omtrent een gelegd beslag inhoudt en niet is aan te merken als een besluit in de zin van de Awb.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f, en de alinea staat in dat document op bytes 11873 tot 12671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f | shasum -a 256