Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002

Alinea 31 Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6792.

Betreffende de subsidiaire grond om appellants bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, komt de Raad tot een ander oordeel dan de rechtbank. De Raad verwijst daartoe in de eerste plaats naar zijn uitspraak van 21 maart 2002 (JB 2002/131), waarin de inhouding op de uitkering van een voormalig ambtenaar ter uitvoering van een executoriaal derdenbeslag op die uitkering aan de orde was. De Raad heeft in die uitspraak overwogen dat de door de betrokkene ontvangen brief waarin is meegedeeld dat het maandelijkse bedrag van de uitkering behoudens de beslagvrije voet voortaan aan de beslaglegger wordt overgemaakt, als een beslissing gericht op rechtsgevolg en derhalve als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb moet worden aangemerkt. Deze brief bracht namelijk met zich mee dat de betrokkene zich zag geconfronteerd met een lager uitkeringsbedrag dan waarop hij voorheen aanspraak kon maken, hetgeen een gevolg is dat zich doet gelden met betrekking tot de uitkeringspositie van de betrokkene en daarmee publiekrechtelijk van aard is. De Raad heeft daar nog bij aangetekend dat de omstandigheid dat een en ander voortspruit uit een civiele kwestie niet aan het publiekrechtelijke karakter van de betalingsbeslissing afdoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f, en de alinea staat in dat document op bytes 14058 tot 15305.