Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002
Alinea 34 Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6792.
Met het oog op het door gedaagde te nemen nader besluit wijst de Raad erop dat ook voor deze zaak opgaat wat de Raad in de overwegingen 3.4 en 3.5 van de eerdergenoemde uitspraak van 21 maart 2002 heeft aangegeven. Dit komt erop neer dat de beslagdebiteur (in casu appellant) bezwaren betreffende een gelegd beslag ingevolge artikel 438 Rv kan voorleggen aan de civiele rechter en dat de derde-beslagene (gedaagde) gehouden is volledige medewerking aan het beslag te geven zonder de geldigheid en de omvang daarvan te mogen beoordelen. De Raad heeft daaraan toegevoegd dat ook de bestuursrechter bij de beoordeling van een betalingsbeslissing ter uitvoering van een gelegd beslag (de geldigheid) daarvan als een gegeven dient te beschouwen en dat zijn toetsing niet verder kan strekken dan de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van zijn betalingsbeslissing gebleven is binnen het kader van het beslag. In lijn daarmee zal bij de heroverweging van de betalingsbeslissing van 2 maart 1998 centraal dienen te staan of die beslissing blijft binnen de grenzen van het door het LBIO op de uitkering van appellant gelegde beslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f, en de alinea staat in dat document op bytes 16416 tot 17580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1e9891c03a1ed82bae6d64addc3607171f8fbc6ddd6e868a64e5ee53fccad6f | shasum -a 256