Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002

Alinea 45 Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE7113.

5.9. Dat de onder 5.7. en 5.8. bedoelde beoordelingen en kennisgevingen en het door de Minister daarbij overgenomen ambtsbericht van de Secretaris-Generaal in het licht van het advies van het Internationaal Gerechtshof naar de inzichten van toen onrechtmatig zijn, vermag de Raad niet in te zien. Immers uit de overwegingen van dat advies valt geenszins af te leiden dat appellant bij de hem verweten wijze van optreden de terughoudendheid en voorzichtigheid heeft betracht die van hem als beroepsofficier mocht worden verwacht. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat gedaagde in redelijkheid ook afwijzend heeft kunnen besluiten op appellants verzoek om deze voor hem ongunstige ambtsberichten in te trekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a3a2739c1f2968a00e3681853d254e2e4f0e3f755a00bb6b3d95734b69db8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a3a2739c1f2968a00e3681853d254e2e4f0e3f755a00bb6b3d95734b69db8f, en de alinea staat in dat document op bytes 19489 tot 20213.