Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002

Alinea 50 Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE7113.

6.4. Gedaagde heeft zich voorts redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat in hetgeen appellant heeft aangevoerd met betrekking tot het advies van het Internationaal Gerechtshof geen aanleiding bestond om alsnog de door appellant verlangde bevordering te doen bewerkstelligen. De Raad verwijst naar hetgeen hiervoor onder 5.9. omtrent dit advies is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a3a2739c1f2968a00e3681853d254e2e4f0e3f755a00bb6b3d95734b69db8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a3a2739c1f2968a00e3681853d254e2e4f0e3f755a00bb6b3d95734b69db8f, en de alinea staat in dat document op bytes 22335 tot 22716.