Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 september 2002
Alinea 28 Centrale Raad van Beroep 19 september 2002
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE8899.
3.8. Hoewel de Raad moet vaststellen dat gedaagde omtrent de toepasselijkheid van artikel 115 van het AMAR niet heeft beslist, acht de Raad het uit een oogpunt van definitieve geschillenbeslechting aangewezen omtrent de toepassing van dat voorschrift thans een oordeel te geven. De Raad neemt in aanmerking dat appellante schade heeft geleden ten gevolge van een niet aan haar toe te rekenen ernstig verkeersongeval, welke schade ten haren laste zou blijven doordat gedaagde op de onder 3.6. weergegeven gronden niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door [betrokkene] gemaakte stuurfout. Naar het oordeel van de Raad is hier sprake van zodanig bijzondere omstandigheden dat gedaagde in strijd met de billijkheid zou handelen indien hij zou beslissen dat appellante geen op artikel 115 AMAR te baseren schadeloosstelling toekomt. Op deze grond komt de Raad tot de conclusie dat de in het bestreden besluit neergelegde weigering appellante schadevergoeding toe te kennen, geen stand kan houden. Het bestreden besluit moet derhalve worden vernietigd, evenals de aangevallen uitspraak, waarbij dat besluit in stand is gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9048eb9167317924b92068c53f8445e9d314b6aaaa21d02109a36929b81d22e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9048eb9167317924b92068c53f8445e9d314b6aaaa21d02109a36929b81d22e, en de alinea staat in dat document op bytes 12965 tot 14109.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9048eb9167317924b92068c53f8445e9d314b6aaaa21d02109a36929b81d22e | shasum -a 256