Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 september 2002

Alinea 24 Centrale Raad van Beroep 19 september 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE8965.

2.3.3. De Raad volgt appellante niet in de door haar met verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad betrokken stelling dat zij kan volstaan met de stelling dat zij is blootgesteld aan methanol, waarna op gedaagde de verplichting rust aan te tonen dat hij de nodige veiligheidsmaatregelen heeft getroffen ter voorkoming van schadelijke gevolgen van deze blootstelling. Met betrekking tot de door appellante in dit verband genoemde arresten van de Hoge Raad merkt de Raad op zich, gegeven de verschillen in stel- en bewijsplicht van partijen in het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht, daaraan niet gebonden te achten. Naar het oordeel van de Raad is het aan appellante om aannemelijk te maken dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden door feiten en omstandigheden aan te dragen waaruit blijkt dat sprake is van de voldoende mate van waarschijnlijkheid als onder 2.3.2. bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6505be5af30dbfe02bcc1f11b106f30f23c861686a94cff890857db8e2f22df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6505be5af30dbfe02bcc1f11b106f30f23c861686a94cff890857db8e2f22df, en de alinea staat in dat document op bytes 10770 tot 11708.