Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 oktober 2002

Alinea 18 Centrale Raad van Beroep 31 oktober 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 oktober 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0226.

2. In hoger beroep is de ontvankelijkheid van de door appellante bij gedaagde gemaakte bezwaren aan de orde. Bij besluit 1 heeft gedaagde appellante in haar bezwaar over 1998 ontvangen omdat hij, naar ter zitting is uiteengezet, in de veronderstelling verkeerde te maken te hebben met een door de gemeente Utrecht aangegane gemeenschappelijke regeling. Nadat deze veronderstelling onjuist was gebleken, heeft gedaagde appellante bij besluit 2 niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar over 1999. Daarbij heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat niet appellante maar het gemeentebestuur van Utrecht is aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad overweegt hieromtrent als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb49a41d79bddfdcb0a8d70546119fadc3e230bdfceafdba8fac0c46da1126b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb49a41d79bddfdcb0a8d70546119fadc3e230bdfceafdba8fac0c46da1126b8, en de alinea staat in dat document op bytes 7586 tot 8350.