Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 december 2002

Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 3 december 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 december 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF2953.

Bij het besluit van 25 januari 2000, dat de Raad aanmerkt als een besluit dat op de voet van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb mede in de beoordeling van dit geding dient te worden betrokken, heeft appellant de bezwaren tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag van 3 september 1997 wederom ongegrond verklaard, ditmaal op de grond dat gedaagde destijds beschikte of redelijkerwijs kon beschikken over een vermogen dat de voor haar geldende vermogensgrens ruimschoots overschrijdt. De Raad stelt vast dat deze grondslag feitelijk onjuist is, nu uit het betreffende bankafschrift blijkt dat de RVS de schadevergoeding van f 165.000,-- eerst op 10 september 1997 heeft uitgekeerd door overmaking op de op naam van de vader van gedaagde gestelde bankrekening en gedaagde op 3 september 1997 dus niet beschikte of redelijkerwijs kon beschikken over een vermogen dat aan bijstandsverlening in de weg staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a76dc4c9e76cef15a3cdb82058791b8ffa02ee37e0138987d46e83db15d08aec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a76dc4c9e76cef15a3cdb82058791b8ffa02ee37e0138987d46e83db15d08aec, en de alinea staat in dat document op bytes 13050 tot 13969.