Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 november 2002

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 27 november 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 november 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF3219.

De grief van appellante met betrekking tot de schending van artikel 6 van het EVRM slaagt daarentegen wel. In het midden latend of in eerste aanleg wel de in Lisv-mededeling M 99.019 beschreven procedure is gevolgd, kent de Raad anders dan de rechtbank geen betekenis toe aan het gegeven dat appellante geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 27 januari 2000. De Wet Pemba heeft immers niet meegebracht dat een werkgever alsnog in rechte kan opkomen tegen een besluit van voor 1 januari 1998 waarbij aan een werknemer van hem een uitkering krachtens de WAO is toegekend. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 13 februari 2002, onder meer gepubliceerd in USZ 2002/98, stelt de Raad dan ook vast dat de rechtbank in het kader van het beroep van appellante tegen het bestreden besluit de aan de ex-werknemer van appellante toegekende WAO-uitkering inhoudelijk had moeten beoordelen. Omdat de rechtbank zulks heeft verzuimd, acht de Raad in het voetspoor van evenvermelde uitspraak termen aanwezig het geding met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet terug te wijzen naar de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de8ca3c426f6412723f90d4b7c9ae7e31996db66517cc1afa95bd5ee5de913f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de8ca3c426f6412723f90d4b7c9ae7e31996db66517cc1afa95bd5ee5de913f, en de alinea staat in dat document op bytes 12628 tot 13774.