Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF5515.

Blijkens de eerste volzin van artikel 16, derde lid, van de WW worden de inkomsten waarop de werknemer in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking recht heeft, gelijkgesteld aan het recht op onverminderde doorbetaling van zijn loon als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, tot aan het bedrag aan loon dat de werknemer zou hebben ontvangen indien de dienstbetrekking zou zijn geëindigd met inachtneming van de rechtens geldende termijn. De wetgever heeft aldus (fictief loon gedurende) een fictieve opzegtermijn in het leven geroepen. Hij heeft voorts nader aangeduid dat in geval van opzegging onder de rechtens geldende termijn dient te worden verstaan de termijn die de werkgever of de werknemer op grond van artikel 672 van Boek 7 van het BW ieder voor zich bij opzegging in acht behoort te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6eea7ec04bc9bbbb96f83e58a99173f077d489499524a29d3efe7461f20b24ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6eea7ec04bc9bbbb96f83e58a99173f077d489499524a29d3efe7461f20b24ae, en de alinea staat in dat document op bytes 10377 tot 11209.