Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003
Alinea 24 Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 januari 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF5515.
Hoewel artikel 7:672, zesde lid, van het BW begint met een regel omtrent de opzegtermijn voor de werknemer, heeft naar het oordeel van de Raad de tweede volzin van dat artikel, anders dan appellant kennelijk meent, ook betekenis voor de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn. De Raad constateert dat het beding in de arbeidsovereenkomst dat voor zowel de werkgever als voor de werknemer een opzegtermijn van zes maanden geldt, in het onderhavige geval in strijd is met artikel 7:672, zesde lid, van het BW. Voorts is met juistheid opgemerkt dat het arbeidsrechtelijk niet om een geheel nietig beding gaat; de gevolgen worden mede bepaald door de regeling bij de artikelen 3:40, 3:41, en 3:42 van het BW. Ervan uitgaande dat het zesde lid strekt tot bescherming van de werknemer kunnen de gevolgen van een met dat artikellid strijdig beding afhankelijk van de concrete situatie verschillend zijn. Nu het hier gaat om de bepaling van een fictieve opzegtermijn, acht de Raad de keuze van de rechtbank voor de wettelijke opzegtermijn, mede vanuit een oogpunt van praktische toepasbaarheid van de onderwerpelijke bepaling van de WW, juist. Zulks ligt ook in lijn van 's Raads uitspraak van 3 oktober 2001, gepubliceerd in USZ 2001/307 en RSV 2002/3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6eea7ec04bc9bbbb96f83e58a99173f077d489499524a29d3efe7461f20b24ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6eea7ec04bc9bbbb96f83e58a99173f077d489499524a29d3efe7461f20b24ae, en de alinea staat in dat document op bytes 11229 tot 12496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6eea7ec04bc9bbbb96f83e58a99173f077d489499524a29d3efe7461f20b24ae | shasum -a 256