Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 maart 2003

Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 11 maart 2003

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 maart 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF6328.

De Raad kan appellanten niet volgen in hun stelling dat zij niet redelijkerwijs konden begrijpen dat hen ten onrechte dan wel onverschuldigd was betaald, een en ander als bedoeld in artikel 81, tweede lid (oud), van de Abw respectievelijk artikel 81, tweede lid (tekst vanaf 1 juli 1997), van de Abw. De inhoud en strekking van de brief van 30 januari 1997 (waarbij appellanten ook is meegedeeld dat als de gevraagde gegevens niet, niet volledig of te laat zouden worden verstrekt besloten kan worden de aanvraag niet in behandeling te nemen) is zodanig dat, zolang niet op de aanvraag was beslist, de betalingen een voorlopig karakter droegen. Namens appellanten is ter zitting verder gesteld dat de door hen ontvangen bedragen aanvankelijk als renteloze lening werden verstrekt waarvoor moest worden getekend, doch dat na verloop van tijd deze bedragen zonder meer op hun bankrekening werden gestort waardoor, aldus appellanten, bij hen de indruk is ontstaan dat het niet langer ging om voorschotten maar om een definitieve uitkering. Ook hierin kan de Raad appellanten niet volgen. Het enkele feit dat vanaf een gegeven moment de betalingen per bank werden gedaan, betekent niet dat daarmee het karakter van die betalingen was gewijzigd. Een aanwijzing hiervoor is ook gelegen in het feit dat de betalingen over de gehele hier in geding zijnde periode bestonden uit bedragen van f 500,-- of een veelvoud daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf694a5b0914f11ae63da88ca8e4338c6a02de622f3fa19ccb48d87efb4c7e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf694a5b0914f11ae63da88ca8e4338c6a02de622f3fa19ccb48d87efb4c7e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 14083 tot 15512.