Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003
Alinea 28 Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF9717.
3.6. Bij de beoordeling van de vraag of de voorhanden gegevens dat standpunt van appellant rechtvaardigen acht de Raad, naast de overige voorhanden zijnde gegevens, niet alleen van belang de tegenover de klachtencommissie en anderen geuite perceptie van V. omtrent het gebeurde op 16 januari 1997, maar ook de uit concrete omstandigheden blijkende houding en intentie van gedaagde. De Raad acht voorts de context van belang waarin het gebeurde heeft plaatsgevonden. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de medewerkers van het proefstation met meer dan gewone vertrouwelijkheid met elkaar omgingen. Namens gedaagde is naar voren gebracht dat zij zich in feite als één grote familie gedroegen en dat zij bij elkaar over de vloer kwamen. Binnen deze context acht de Raad het enkele feit dat gedaagde, naar aanleiding van een vraag van V. naar de reden van zijn veranderde gedrag, als verklaring gaf dat hij verliefd op haar was, onvoldoende om te concluderen dat sprake is van gedrag van seksuele aard als bedoeld in de klachtenregeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 12395 tot 13470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7 | shasum -a 256