Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003
Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 mei 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF9717.
3.7. De Raad neemt daarbij voorts in aanmerking dat uit verklaringen van derden, zoals de afdelingchef N.D., en de projectleider ir. B.K., met wie V. en gedaagde samen-werkten, valt af te leiden dat V. aanvankelijk gedaagdes gedragingen op 16 januari 1997 niet heeft beschreven als seksueel intimiderend als bedoeld in de klachtenregeling. V. heeft aan D. op 16 januari 1997 verteld dat gedaagde haar had gezegd dat hij verliefd op haar was. Volgens D. was zij na het gebeurde op 16 januari 1997 niet direct verontrust, maar wel verward. Zij wilde wel met gedaagde blijven werken, maar wist niet hoe zij dit moest aanpakken. Ir. K. vermeldt dat V. hem in de week van 20 januari 1997 heeft verteld dat zij de ontstane situatie toch wel ongemakkelijk vond gezien het feit dat gedaagde met haar en K. moest samenwerken en dat toen is besloten even af te wachten hoe het verder zou lopen. Verder heeft zij aan K. verteld dat gedaagde haar nu negeerde en dit heeft ir. K. ook op 27 januari 1997 zelf geconstateerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 13490 tot 14513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/929d69a45160a879100cc78b6cd61dde54951392f26f4d435fd796ef78a3a5b7 | shasum -a 256