Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 juli 2003
Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 4 juli 2003
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 juli 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AI0140.
Voorts is de Raad van oordeel dat de rechtbank aan de rapportage van de deskundige Rübsaam terecht geen doorslaggevende betekenis heeft toegekend, nu de bevindingen van deze deskundige afwijken van die van zijn collega Koerselman, hij niet heeft aangegeven welke beperkingen voor appellant gelden vanaf 15 juli 1996 en op welke gronden hij appellant niet in staat heeft geacht de opgesomde functies te verrichten. Daarbij merkt de Raad nog op dat de rechtbank in beginsel vrij is een andere deskundige van hetzelfde specialisme in te schakelen wanneer zij niet overtuigd is geraakt door de bevindingen van een eerder ingeschakelde deskundige, zoals in deze procedure kennelijk het geval was ten aanzien van het rapport van de psychiater Rübsaam. De Raad is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat in zoverre in eerste aanleg geen sprake is geweest van een eerlijke behandeling bij een onpartijdig gerecht als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18c2712e84f5e6d2d0b32d94cc5a5f4eda13340b9de5b093d515f294b20d4301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18c2712e84f5e6d2d0b32d94cc5a5f4eda13340b9de5b093d515f294b20d4301, en de alinea staat in dat document op bytes 13685 tot 14660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18c2712e84f5e6d2d0b32d94cc5a5f4eda13340b9de5b093d515f294b20d4301 | shasum -a 256