Citaat | Centrale Raad van Beroep 17 juli 2003

Alinea 31 Centrale Raad van Beroep 17 juli 2003

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 17 juli 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AI0622.

De Raad ziet in de omstandigheden van het onderhavige geval geen aanleiding anders te oordelen dan in de juist vermelde uitspraak. Ten aanzien van het ter zitting namens gedaagde gehouden betoog dat, indien tevoren al vaststaat dat de betrokkene niet herplaatst kan worden, pogingen daartoe niet hoeven worden te gedaan omdat die zinloos zijn overweegt de Raad dat omstandigheden denkbaar zijn waaronder een ontslagbesluit als het onderhavige ook zonder een herplaatsingsonderzoek als hier voorgeschreven in rechte stand zal kunnen houden. De Raad denkt hier bijvoorbeeld aan de situatie waarin het verrichten van arbeid door een betrokkene, die volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de WAO, vanwege zijn gezondheidstoestand als louter hypothetisch moet worden beschouwd. Appellante verkeerde echter niet in een dergelijke toestand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48d492f1640c91bc6d72b761f00ae4b3c34790d26454a226da684d46369dc0ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48d492f1640c91bc6d72b761f00ae4b3c34790d26454a226da684d46369dc0ec, en de alinea staat in dat document op bytes 10670 tot 11522.