Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 juni 2003
Alinea 20 Centrale Raad van Beroep 5 juni 2003
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 juni 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AI1360.
Voorts heeft de rechtbank appellante niet gevolgd in haar stelling dat in haar geval sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel doordat gedaagde appellante onjuist heeft geïnformeerd naar aanleiding van de brief van 1 oktober 1998, waarbij aan appellante als medebelanghebbende de mogelijkheid is geboden om bezwaar te maken tegen de toekenning van vermelde WAO-uitkering. Naar het oordeel van de rechtbank is uit niets komen vast te staan dat in dezen sprake is van een onvoorwaardelijke ongeclausuleerde toezegging van een daartoe bevoegd orgaan op grond waarvan de wettelijke bepaling door gedaagde buiten toepassing zou moeten worden gelaten. Het beroep namens appellante - eerst ter zitting van de rechtbank - op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) heeft de rechtbank in strijd een behoorlijke procesorde geacht en om die reden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6eeeb6372098471037178e868262a93154a017b006a0fbc8cdb80bca0e73c8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6eeeb6372098471037178e868262a93154a017b006a0fbc8cdb80bca0e73c8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 7945 tot 8883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6eeeb6372098471037178e868262a93154a017b006a0fbc8cdb80bca0e73c8ee | shasum -a 256