Citaat | Centrale Raad van Beroep 24 december 2003

Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 24 december 2003

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 24 december 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AO2909.

Ten aanzien van het beroep van appellanten op artikel 41, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst merkt de Raad op dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in een arrest van 20 maart 2001 (C-33/99, Fahmi en Esmoris Cerdeiro, gepubliceerd in RSV 2002/93 en USZ 2001/144) heeft geoordeeld dat een Marokkaanse werknemer noch zijn kinderen zich kunnen beroepen op het in dat artikellid neergelegde discriminatieverbod, wanneer de kinderen van deze werknemer niet binnen de Gemeenschap wonen (rechtsoverweging 57). De kinderen van appellanten woonden ten tijde in geding in Marokko. Het beroep van appellanten op voornoemde bepaling kan, zoals door de rechtbank en gedaagde terecht is overwogen, reeds om die reden niet slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61ba6acd9c53b10e2c4b560a105aee92fce181289426d119458466b674f2180c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61ba6acd9c53b10e2c4b560a105aee92fce181289426d119458466b674f2180c, en de alinea staat in dat document op bytes 13193 tot 13949.