Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 juni 2004

Alinea 39 Centrale Raad van Beroep 15 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP1847.

Ter beantwoording van de vraag welke consequenties in rechte moeten worden verbonden aan de aan appellant toe te rekenen gedraging dient de Raad in de eerste plaats op grond van artikel 15, eerste lid, laatste volzin, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten ambtshalve na te gaan of het op 1 februari 2001 - en daarmee na het begaan van de gedraging door appellant - in werking getreden Boetebesluit sociale zekerheidswetten (hierna: Boetebesluit) voorziet in een lagere boete dan het krachtens artikel 14a, zesde lid, (tekst tot en met 31 december 1998), van de Abw tot stand gekomen en nadien op artikel 14a, zevende lid, van de Abw berustende Besluit tarieven administratieve boeten Abw, Ioaw en Ioaz (hierna: Besluit tarieven). Ter zake blijkt dat ingevolge artikel 3, eerste lid, van het Besluit tarieven de boete wordt vastgesteld op 15% van het fraudebedrag, terwijl ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Boetebesluit de boete wordt vastgesteld op 10% van het (bruto-)benadelingsbedrag. Toepassing van artikel 2, eerste lid, van het Boetebesluit brengt mee dat in het onderhavige geval de boete wordt vastgesteld op € 209,--, zijnde 10% van f 4.400,--, naar boven afgerond op een veelvoud van € 11,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8644428e90d99c628c4a798a616eddd7226e0357e4b86edd47e6150c7d2e1ac9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8644428e90d99c628c4a798a616eddd7226e0357e4b86edd47e6150c7d2e1ac9, en de alinea staat in dat document op bytes 13762 tot 15023.