Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Alinea 116 Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680.

3.4.2.11. Niettemin is de Raad van oordeel dat de wetgever, waar het gaat om uitkeringsgerechtigden die op 1 mei 2000 reeds een uitkering ontvingen en aan wie op die datum reeds hun vrijheid was ontnomen, niet op een toereikende wijze heeft vorm gegeven aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De voor deze groep personen gehanteerde overgangstermijn van één maand bood de betreffende uitkeringsgerechtigden immers volstrekt onvoldoende gelegenheid om vanuit een situatie waarin contact met de buitenwereld slechts in beperkte mate mogelijk is, hun zaken op orde te brengen. De door de wetgever gecreëerde overgangstermijn is derhalve ontoereikend om bij belanghebben-den de situatie van voorbereid zijn op de voorhanden zijnde verandering te bereiken, die de wetgever zelf noodzakelijk heeft geacht, wil er kunnen worden gesproken van een toereikende mate van proportionaliteit en subsidiariteit. Hierbij is mede van belang dat ten aanzien van degenen die vóór 1 mei 2000 recht hadden op een uitkering en aan wie op dat moment rechtens hun vrijheid was ontnomen, het door de staat verschafte onderhoud en onderdak niet kan worden beschouwd als een vorm van compensatie voor de ontneming van hun uitkering. Zij ontvingen dit onderhoud en onderdak immers ook al voordat hun uitkering werd ingetrokken. Voorts moet onder ogen worden gezien dat de intrekking van de uitkering, hoewel in beginsel tijdelijk, zich toch over een ruime periode kan uitstrekken. De Raad merkt daarbij op dat een aantal van de betrokkenen ten tijde in geding in een penitentiaire inrichting verbleef in afwachting van opname in een TBS-inrichting, en dat de gemiddelde duur van TBS volgens de parlementaire stukken zeven jaar beslaat. Ten slotte is van belang dat de in casu door de wetgever gehanteerde overgangstermijn in belangrijke mate en ten nadele van de uitkeringsgerechtigden afwijkt van de overgangstermijn in (vergelijkbare) andere situaties waarin het recht op uitkering wordt beperkt of ingetrokken. Zo is bij de invoering van de Reparatiewet AAW een overgangstermijn van uiteindelijk 26 maanden gehanteerd, en bij de invoering van de Anw een overgangstermijn van 18 maanden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026, en de alinea staat in dat document op bytes 54874 tot 57074.