Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Alinea 122 Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680.

3.4.3.3. Vanaf de invoering van de Wsg op 1 mei 2000 omvatte het eigendomsrecht van betrokkene 3 niet langer het recht op behoud van zijn uitkering wanneer hem voor een langere periode rechtens zijn vrijheid zou worden ontnomen. Dit betekent dat de daadwer-kelijke intrekking van zijn uitkering met ingang van 8 juli 2000 in verband met zijn voorlopige hechtenis per 8 juni 2000 niet kan worden beschouwd als een ontneming van eigendom. Hiervoor behoefde dan ook geen compensatie te worden verleend. De vraag of de intrekking van de uitkering ten aanzien van betrokkene 3 een individuele en buitensporige last met zich meebracht komt gelet op het bovenstaande in het kader van de toetsing aan artikel 1 van het Eerste Protocol niet aan de orde. Wel kan in het kader van een nationaalrechtelijke toetsing worden bezien of er sprake is van zo bijzondere omstandigheden dat strikte naleving van de wettelijke bepalingen geen rechtsplicht meer kan zijn. Hiervan is naar het oordeel van de Raad evenwel geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026, en de alinea staat in dat document op bytes 59558 tot 60581.