Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Alinea 68 Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680.

3.2.6. De Raad heeft onder andere in zijn uitspraak van 13 juni 2003, gepubliceerd in RSV 2003/275, reeds overwogen dat ILO-conventie 128 een instructiekarakter draagt en gericht is tot de verdragsluitende partijen, hetgeen in het algemeen in de weg zal staan aan de mogelijkheid van het inroepen van een rechtens afdwingbare aanspraak op een concrete prestatie in een individueel geval. Daarbij heeft de Raad in het bijzonder met betrekking tot artikel 28 van ILO-conventie 128 overwogen dat een staat geacht wordt aan dit artikel te voldoen als het collectieve beschermingsniveau adequaat is, zonder daarbij acht te slaan op datgene wat in het individuele geval tot uitbetaling komt, en dat de verdragsluitende partijen op verschillende wijzen inhoud kunnen geven aan die instructienormen, zodat deze moeilijk te sublimeren zijn tot een rechtens afdwingbare norm voor burgers. Nu de bepalingen in ILO-conventie 128 over het collectieve beschermingsniveau op dezelfde wijze van toepassing zijn ten aanzien van Deel II van deze conventie, moet ook ten aanzien van Deel II worden geoordeeld dat dit deel niet geacht kan worden eenieder verbindende bepalingen te bevatten in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet die in beginsel door de burger voor de rechter kunnen worden ingeroepen. Dit betekent dat ook de connexe bepaling van artikel 32 niet rechtstreeks voor de rechter kan worden ingeroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026, en de alinea staat in dat document op bytes 29077 tot 30497.