Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004
Alinea 93 Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680.
3.3.4.2. De Raad is onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 mei 1990, NJ 1990, 826, met de rechtbank 's-Gravenhage van oordeel dat voor de toepassing van de Wsg voorlopige hechtenis die enkel plaatsvindt in afwachting van tenuitvoerlegging van een maatregel, vanaf het moment dat het vonnis op grond waarvan de plaatsing is bevolen onherroepelijk is geworden, gelijk dient te worden gesteld met vrijheidsbeneming als gevolg van die tenuitvoerlegging. Dit betekent dat de vrijheidsbeneming vanaf dat moment geen grondslag meer vormt voor intrekking of weigering van de uitkering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026, en de alinea staat in dat document op bytes 46708 tot 47316.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccdbb335f8c9a9036c6b2b67a063a5822bc20ef17a508a73bd58fdd32ac0f026 | shasum -a 256