Citaat | Centrale Raad van Beroep 24 juni 2004

Alinea 36 Centrale Raad van Beroep 24 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 24 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP5260.

4.3. Gezien de gedingstukken en het ter zitting verhandelde acht de Raad voldoende grond aanwezig voor het oordeel dat de relatie van appellant met de directeur in hevige mate was verslechterd en dat mede daardoor een impasse was ontstaan in de reïntegratie van appellant, welke gedaagde tot het inzicht kon brengen dat het dienstverband met appellant tot een einde diende te komen. Weliswaar heeft appellant nog gesteld dat gedaagde zich na augustus 2000 met hem had moeten verstaan om mogelijkheden te bespreken de impasse te doorbreken, doch de Raad kan appellant hierin niet volgen. Appellant had immers zelf wegens het besluit terzake van zijn inroostering per 21 augustus 2000, na min of meer ampele overweging, afgezien van elke werkhervatting per die datum.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dc3192eef6633a51d5bc040c6eeb18ff1e7c2a75a4560ac7389e8fe18cf5bba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dc3192eef6633a51d5bc040c6eeb18ff1e7c2a75a4560ac7389e8fe18cf5bba, en de alinea staat in dat document op bytes 16558 tot 17337.