Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004

Alinea 22 Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP6288.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 11 juni 1999 ingestelde beroep ongegrond verklaard, waarmee appellant zich niet kan verenigen. In het aanvullend beroepschrift is aangevoerd dat in dit geval de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), is of zal worden overschreden. De Raad is verzocht de aangevallen uitspraak en het besluit van 11 juni 1999 te vernietigen en gedaagde te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Bij brief van 26 januari 2004 heeft de gemachtigde van appellant tevens verzocht om een veroordeling tot schadevergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarschriftprocedure. Bij brief van 30 januari 2004 heeft deze gemachtigde nader aangevoerd dat op grond van artikel 15, eerste lid, derde volzin, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) de opgelegde boete van f 100,-- op nihil moet worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b21798cae5d8475db496a0da041c950c0c0da584202d759e35c82afa90d69a59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b21798cae5d8475db496a0da041c950c0c0da584202d759e35c82afa90d69a59, en de alinea staat in dat document op bytes 8769 tot 9827.