Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004

Alinea 25 Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP6288.

De opgelegde boete is aan te merken als een bestraffing in de zin van artikel 14, zevende lid, van het IVBPR. Artikel 15, eerste lid, derde volzin, van dat verdrag bepaalt dat, indien na het begaan van het strafbare feit de wet mocht voorzien in de oplegging van een lichtere straf, de overtreder daarvan dient te profiteren. De Wet werk en bijstand (WWB) voorziet niet langer in de mogelijkheid van het opleggen van een boete zoals voorheen geregeld in artikel 14a van de Abw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b21798cae5d8475db496a0da041c950c0c0da584202d759e35c82afa90d69a59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b21798cae5d8475db496a0da041c950c0c0da584202d759e35c82afa90d69a59, en de alinea staat in dat document op bytes 11039 tot 11529.