Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Alinea 41 Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7273.

6.1 Allereerst moet worden vastgesteld dat de termijn waarbinnen gedaagde op het bezwaar van appellant d.d. 6 oktober 1997 had dienen te beslissen, welke termijn ingevolge artikel 129 van de WW 13 weken beliep en waarbij van de toepassing van artikel 7:10 van de Awb geen gebruik is gemaakt, ruimschoots is overschreden. De Raad ziet echter geen reden om aan die overschrijding in rechte consequenties te verbinden, nu niet is gebleken dat appellant daardoor op zichzelf nadeel heeft ondervonden, waarbij de Raad nog opmerkt dat gedaagde bij appellant eerst vanaf 8 april 2000 rente in rekening heeft gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f, en de alinea staat in dat document op bytes 17400 tot 18023.