Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Alinea 50 Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7273.

6.8 In een dergelijke situatie dient naar het oordeel van de Raad, ook als er geen sprake is van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of op de andere persoonlijkheidsrechten van de belanghebbende, onder gegrondverklaring van het beroep en met een op artikel 13 van het EVRM afgestemde toepassing van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb, een bedrag ter vergoeding van immateriële schade aan de belanghebbende te worden toegekend ten laste van een door de bestuurs- rechter aan te wijzen rechtspersoon. Voor zover de belanghebbende als gevolg van de traagheid van besluitvorming tevens materiële schade heeft geleden, dient hiervoor bovendien een vergoeding te worden toegekend. De schadevergoeding dient te worden toegekend zowel wanneer het bestuursorgaan gebruik heeft gemaakt van een discretionaire bevoegdheid als wanneer het bestuursorgaan een zogenoemd gebonden besluit heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f, en de alinea staat in dat document op bytes 22043 tot 22965.