Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Alinea 53 Centrale Raad van Beroep 8 december 2004

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7273.

6.11 Voorts stelt de Raad vast dat het door appellant op 6 oktober 1997 ingediende bezwaarschrift heeft geresulteerd in het besluit van 8 april 1999 en dat appellant op basis van de in dat besluit opgenomen bezwaarclausule opnieuw bij gedaagde bezwaar heeft gemaakt, welk bezwaar uiteindelijk is uitgemond in een gewijzigd besluit van 20 april 2000. In dat besluit heeft gedaagde voor het eerst melding gemaakt van de mogelijkheid om beroep bij de rechtbank in te stellen, hetgeen appellant bij brief van 28 mei 2000 heeft gedaan. Naar het oordeel van de Raad heeft gedaagde, door de onaanvaardbaar lange termijn die hij heeft genomen om zijn besluitvorming over appellants bezwaren af te ronden, tevens appellant ervan afgehouden om het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op berechting binnen een redelijke termijn te effectueren. Ook daarbij heeft de Raad in aanmerking genomen dat noch in de zaak zelf, die niet als complex is aan te merken, noch in de opstelling van appellant een rechtvaardiging is aangetroffen voor de procedurele handelwijze van gedaagde die ertoe heeft geleid dat er tussen het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit van 29 augustus 1997 en het nemen van het besluit van 20 april 2000 een periode van meer dan twee jaar en zes maanden heeft gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60b0fd2e1e95aca8fd9ec962a7c43e169cf70db0e4d30444462fe8b3657894f, en de alinea staat in dat document op bytes 24268 tot 25588.