Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 januari 2005

Alinea 20 Centrale Raad van Beroep 13 januari 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 januari 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS3302.

Wat het beroep van gedaagde op de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) betreft, is de Raad van oordeel dat dit beroep ten aanzien van de opgelegde boetenota’s doel treft. De Raad stelt vast dat na de brief van 12 januari 1995, waarmee de boetenota’s door gedaagde werden aangekondigd, inmiddels al bijna tien jaren zijn verstreken. De Raad is van oordeel dat deze termijn dermate lang is dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. De Raad vindt hierin aanleiding om de opgelegde boetes op nihil te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1696d8da7c04fddca108cf9ab7a3e5fb7b1d9b2fded62ed1a0f8416f75bc9bde. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1696d8da7c04fddca108cf9ab7a3e5fb7b1d9b2fded62ed1a0f8416f75bc9bde, en de alinea staat in dat document op bytes 12183 tot 12892.