Citaat | Centrale Raad van Beroep 25 januari 2005

Alinea 24 Centrale Raad van Beroep 25 januari 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 25 januari 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS7071.

Appellant heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek heeft afgewezen om de opsporingsambtenaar, die appellant heeft gehoord, als getuige op te roepen. Deze grief treft geen doel. De artikelen 8:46, eerste lid, en 8:60, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geven de rechtbank de bevoegdheid ambtshalve een getuige op te roepen. Zij is daartoe niet verplicht. De Raad is niet gebleken dat de rechtbank er niet in redelijkheid van heeft kunnen afzien de getuige op te roepen die appellant gehoord wenste te zien. De enkele omstandigheid dat de getuige, daartoe door appellant opgeroepen, niet van zins was te verschijnen is onvoldoende om de rechtbank tot het oproepen van die getuige gehouden te achten. Appellant heeft gesteld dat de rechtbank zijn verzoek om de opsporingsambtenaar als getuige te horen heeft afgewezen op de grond dat die ambtenaar waarschijnlijk toch niet anders zou gaan verklaren dan hij reeds in zijn ambtsedig proces-verbaal had gedaan. Die stelling heeft appellant niet onderbouwd. Zij vindt geen steun in de gedingstukken, in het bijzonder niet in de schriftelijke afwijzing van het verzoek door de rechtbank en evenmin in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e210bca86f9716caba36569968ea6673f0afe054fbd3aec83dcbb1be7e4653a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e210bca86f9716caba36569968ea6673f0afe054fbd3aec83dcbb1be7e4653a7, en de alinea staat in dat document op bytes 7104 tot 8359.