Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 februari 2005

Alinea 39 Centrale Raad van Beroep 3 februari 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 februari 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS8274.

Met het voorgaande staat vast dat gedaagde ten aanzien van betrokkenen niet heeft voldaan aan de voor haar op grond van artikel 10, aanhef en onderdeel b, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering geldende verplichtingen, zodat gedaagde gehouden was een boete op te leggen. De stelling van gedaagde dat in het onderhavige geval geen sprake is van opzet dan wel grove schuld, kan de Raad niet volgen. Daarbij merkt de Raad op dat bij de werkgever de verantwoordelijkheid ligt om zich ervan te vergewissen of van door hem in verband met arbeid verstrekte vergoedingen loonopgave moet worden gedaan. De omstandigheid dat de rechtbank gedaagde in het gelijk heeft gesteld, biedt, mede gelet op het hiervoor vermelde, andersluidende oordeel van de Raad onvoldoende grondslag voor het oordeel dat geen opzet dan wel grove schuld kan worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/254a16ef1a696bbc2eb94d4b6050839c21b8b252be44d2ccd8c40acb116d86f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 254a16ef1a696bbc2eb94d4b6050839c21b8b252be44d2ccd8c40acb116d86f8, en de alinea staat in dat document op bytes 16388 tot 17247.