Citaat | Centrale Raad van Beroep 24 februari 2005

Alinea 36 Centrale Raad van Beroep 24 februari 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 24 februari 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS8562.

2.2.4. Appellanten hebben bedenkingen tegen de keuze van de referteperiode omdat deze drie jaar teruggrijpt, derhalve naar een periode dat - gegeven de stijgende lijn van de particuliere honoraria - in de regel minder werd gedeclareerd dan in de situatie per 1 juni 1999. Ook hebben zij er bezwaar tegen dat geen indexering plaatsvindt. Deze beroeps-gronden zijn evenwel gericht tegen de inhoud van het RRAZ en kunnen, het onder 2.1.4. overwogene in aanmerking genomen, naar het oordeel van de Raad niet slagen. De referteperiode wordt kennelijk gehanteerd teneinde de representativiteit van het referte-inkomen te vergroten en het ontbreken van een indexering (de zogenoemde bevriezing) behoort tot de punten die in het onderhandelingsresultaat (moeten worden geacht te) zijn verdisconteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3f4f98508239af7f89dd8e90354c25cc4ca9e421981c20e201893fafb6f9459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3f4f98508239af7f89dd8e90354c25cc4ca9e421981c20e201893fafb6f9459, en de alinea staat in dat document op bytes 19961 tot 20767.