Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 maart 2005
Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 1 maart 2005
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT0711.
De Raad overweegt in de eerste plaats dat in de uitspraak van de rechtbank van 15 april 2002 de grieven van appellante met betrekking tot de medische grondslag van het besluit van gedaagde van 7 november 2000 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen. Dit betekent dat, nu appellante tegen deze uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld, volgens inmiddels vaste rechtspraak van de Raad van de juistheid van die grondslag moet worden uitgegaan en deze grieven, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, thans niet meer ter beoordeling staan. Dit kan uitzondering lijden in het hier zich niet voordoende geval dat er sedert de uitspraak van 15 april 2002 nieuwe medische gegevens naar voren zijn gekomen die een ander licht werpen op de gezondheidstoestand van appellante, zoals die in die uitspraak is beoordeeld. De Raad wijst er voorts nadrukkelijk op, dat het vorenstaande alleen betekenis heeft voor de gezondheidstoestand van appellante op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag voor de 18e verjaardag van appellante, omdat het besluit van 7 november 2000 zich immers wat betreft de medische grondslag tot dat tijdstip beperkte. Bij het thans bestreden besluit is naar aanleiding van het bezwaar van appellante mede in aanmerking genomen de mate van arbeidsongeschiktheid in september 1999. De Raad is op grond van de beschikbare medische gegevens niet gebleken dat de gezondheidstoestand van appellante in die maand wezenlijk anders was dan ten tijde van de in het besluit van 7 november 2000 aangenomen eerste arbeidsongeschikt- heidsdag waarvan de Raad, gelet op het rapport van Schonagen, aanneemt dat is bedoeld deze te stellen op 8 augustus 1992, de dag, waarop appellante 17 jaar werd, en op 8 augustus 1993. De Raad heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de klachten van appellante zich blijkens het rapport van Jacobs-van der Spek van 18 april 2000 langzaam hebben opgebouwd en sinds 1½ jaar stabiel zijn. Dat appellante inmiddels na uitval op 28 april 2003 uit haar werk voor 19,8 uur per week als groepsleidster bij besluit van gedaagde van 21 april 2004 met ingang van 26 april 2004 in aanmerking is gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maakt dit niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f76addceb7e4c830fbe93960aedc8840c9c279a09e310fc5ede62950b4f9a48f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f76addceb7e4c830fbe93960aedc8840c9c279a09e310fc5ede62950b4f9a48f, en de alinea staat in dat document op bytes 15555 tot 17877.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f76addceb7e4c830fbe93960aedc8840c9c279a09e310fc5ede62950b4f9a48f | shasum -a 256